7. Verlichting

Main page content

Achtergrond
Natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen die zichtbaar licht uitzenden (licht met golflengtes tussen 400 - 780 nm) kunnen personen en objecten verlichten die zich in hun omgeving bevinden, zodat deze objecten door het menselijk oog kunnen worden waargenomen. De kwaliteit van de verlichting in een bepaalde ruimte bepaalt niet allen de kwaliteit van het werk dat we in die ruimte kunnen verrichten, maar draagt ook bij tot de subjectieve beleving van die ruimte (visueel comfort), en dus ook tot het welzijn van de werknemer. De lichtsterkte I wordt gemeten in Candela (Cd) in één richting loodrecht op een oppervlak. Van de lichtsterkte afgeleide grootheden zijn de Lichtstroom (lichtsterkte in alle richtingen in lumen, lm of cd.sr), Specifieke lichtstroom of lichtrendement (in lm/W), Luminantie (helderheid, in cd/m²) en verlichtingssterkte (in lux, lx = lm/m²). Zeer hoge lichtniveau's (luminantie >10000 cd/m²) kunnen acuut schadelijk zijn voor het oog (bv. minutenlang in de zon kijken, onafgeschermde halogeenlamp, vlamboog bij lassen,...) en het is ook niet uitgesloten dat levenslange blootstelling aan hoge lichtniveau's (~= 3000 cd/m²) ook schade veroorzaakt. Bij binnenverlichting zal er zelden sprake zijn van directe gezondheidsschade, maar kunnen er natuurlijk wel klachten optreden (oogvermoeidheid, hoofdpijn, meer fouten, andere gevaarlijke toestanden) wanneer verlichtingssterkte (het lichtniveau in de werkruimte is te laag, er valt te weinig licht op het werk, er valt teveel licht op een document(houder)), lichtinvalsrichting (er hinder is van spiegelingen in het beeldscherm, er hinder is van glans, er hinder is van schaduwen,...), kleureigenschappen suboptimaal zijn of wanneer er verblinding optreedt.
 
Wetgeving 

Normering

  • NBN EN 12464-1:2011 Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 1: Werkplekken binnen
  • NBN EN 12464-2:2007 Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 2: Werkplekken buiten
  • NBN L 13-001/A1:1979 Binnenverlichting van de gebouwen - Algemene principes
  • NBN L 13-002:1972 Dagverlichting van gebouwen - Voorafbepaling van de daglicht-verlichtingssterkte bij overtrokken hemel (benaderende grafische methode)
  • NBN L 13-003:1980 Richtlijnen voor de verlichting van kunst- en museumvoorwerpen
  • NBN L 13-004:1981 Verlichting van de sportzalen
  • NBN L 14-002/A1:1979 Methoden ter voorafbepaling van verlichtingssterkten, luminanties en verblindingsindices bij kunstmatige verlichting in gesloten ruimten
  • NBN L 14-002:1975 Methoden ter voorafbepaling van verlichtingssterkten, luminanties en verblindingsindices bij kunstmatige verlichting in gesloten ruimten
  • NBN EN 1838:2013 Toegepaste verlichtingstechniek - Noodverlichting
  • meer info op http://www.nbn.be

Documentatie

Tools

  • Catrayon4 programma van het INRS dat toelaat om blootstelling aan kunstmatige optische straling op de werkplek te berekenen en om beschermingsmiddelen te kiezen
  • ETAP software

Websites